
Een goed gesnoeide roos bloeit voller, blijft gezonder en leeft langer. Maar rozen snoeien kan intimiderend zijn — wat is te veel, wat te weinig? Met deze handleiding pak je het zelfverzekerd aan.
Het juiste moment
Snoei in maart, vlak na de laatste strenge nachtvorst. De forsythia in bloei is een goed natuurlijk signaal. Te vroeg snoeien riskeert vorstschade aan de verse snijwonden.
Welke gereedschap
Gebruik een scherpe snoeischaar, ontsmet met alcohol om ziektes niet te verspreiden. Voor dikke takken neem je een snoeizaag. Vergeet stevige handschoenen niet voor de doorns.
Wat moet weg?
Verwijder eerst alles wat dood, ziek of beschadigd is. Daarna snijd je naar binnen groeiende takken weg om luchtige groei te bevorderen. Behoud drie tot zes sterke hoofdtakken.
Hoe diep snoeien?
Voor struikrozen: terugbrengen tot ongeveer twintig centimeter boven de grond, met vier tot zes ogen per tak. Snijd net boven een naar buiten gericht oog, schuin weg van de knop. Klimrozen krijgen lichter gesnoeid: alleen zijscheuten terug naar twee à drie ogen.
Stamrozen
Bij stamrozen werk je vanuit het ‘kroontje’. Verwijder oude takken en behoud een open, evenwichtige vorm. Snijd de overige takken terug tot vier tot zes ogen.
Na het snoeien
Werk goed verteerde compost in rond de basis. Bemest in april met een specifieke rozenmeststof. Houd de bodem vochtig in droge periodes, maar gier nooit over het blad om schimmels te voorkomen.
